Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
);
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Vrijspraak
“U houdt mij voor dat ik in mijn verklaring bij de politie en ook zojuist heb gezegd dat dingen eigenlijk te mooi waren om waar te zijn. U vraagt mij waarom wij het contact dan toch hebben voortgezet. Dat is het risico van ondernemen. Je denkt toch, wie weet komt er iets moois uit. Het was een kans om een hoop mensen met een uitkering aan het werk te krijgen.”
“onbehoorlijk bestuur geenszins is uit te sluiten mede gelet op de volstrekt roekeloze wijze waarop (langlopende) verplichtingen worden aangegaan evenals paulianeus handelen in verband met het onttrekken van kasgelden in het zicht van het faillissement”. Er zijn, zo blijkt uit het dossier en uit de ter zitting afgelegde verklaring van verdachte, op de hiervoor genoemde subsidie voor een kok na, nooit overheidssubsidies verkregen. Evenmin is gebleken dat er binnen [naam] of [naam] leerlingen in het kader van een re-integratietraject aan de slag zijn geweest. Dat sprake is geweest van slecht ondernemerschap en onbehoorlijk bestuur, maakt echter niet zonder meer dat sprake is van oplichting.
- in de brochure die aan [slachtoffer 2] is gestuurd, ten onrechte stond vermeld dat [naam] een erkend ‘Kenwerk’ leerwerkbedrijf was;
- door [medeverdachte] in strijd met de waarheid is gezegd dat zij 30 personeelsleden hadden die niks stonden te doen en
- [medeverdachte] in strijd de waarheid heeft gezegd dat zij 2 tot 3 miljoen euro aan subsidies op de plank hadden liggen.
de enige kloppende lijst’. Tevens heeft de curator voor het aanvragen van het ontslag van het personeel een ordner ontvangen met alle arbeidscontracten van [naam] , waarin geen arbeidscontract van [medeverdachte] zat. Verder is de curator in de bankadministratie geen enkele salarisbetaling aan [medeverdachte] tegengekomen en was [medeverdachte] niet opgenomen op de verstrekte crediteurenlijst.
6.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Vordering benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
60 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 dagen hechtenis.