Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2020:8347

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2020
Publicatiedatum
19 oktober 2020
Zaaknummer
14/810079-09 (TBS)
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 SvArt. 2.3 WfzArt. 5.19 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling na afgifte zorgmachtiging

Betrokkene is sinds 2009 ter beschikking gesteld wegens meerdere vermogensdelicten met zwaar lichamelijk letsel. De tbs-maatregel was eerder met één jaar verlengd, waarbij de verpleging voorwaardelijk werd beëindigd. De officier van justitie verzocht verlenging van de tbs met één jaar, maar startte ook een verzoek tot afgifte van een zorgmachtiging.

De onafhankelijke psychiater stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, zwakbegaafdheid en langdurige verslavingsproblematiek in remissie. Onder huidige begeleiding is het recidiverisico laag, maar zonder toezicht stijgt dit tot matig-hoog. De psychiater adviseerde verlenging van de tbs met één jaar, maar erkende dat dit pragmatisch was.

De reclassering bevestigde dat betrokkene blijvend begeleiding en medicatie nodig heeft en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is om terugval te voorkomen. Betrokkene heeft weinig ziektebesef maar accepteert begeleiding.

De rechtbank concludeerde dat met de afgifte van een zorgmachtiging voor zes maanden de noodzakelijke zorg wordt geboden om het recidiverisico te beperken. Daarom is verlenging van de tbs-maatregel niet langer noodzakelijk en werd de vordering afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de tbs-maatregel af en verleent een zorgmachtiging voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 14/810079-09
Uitspraakdatum: 13 oktober 2020
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid Svop de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[tbs gestelde]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisadministratie Personen op het adres [adres] ,
hierna: betrokkene,
met één jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 7 september 2009 is aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, meerdere vermogensdelicten waarvan één met zwaar lichamelijk letsel.
De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 10 juli 2010 en is laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 4 juli 2019 met één jaar verlengd, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd.
De onderhavige vordering is op 27 mei 2020 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
- een advies van een onafhankelijke gedragsdeskundige zoals bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv, te weten een advies gedateerd 18 april 2020, opgemaakt door
[psychiater] , psychiater;
- een reclasseringsadvies “1e Voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever periode
4 juli 2019 - 4 oktober 2019, opgesteld door [reclasseringsmedewerker] , als reclasseringsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland;
- een reclasseringsadvies “2e Voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever periode
4 oktober 2019 - 4 januari 2020, opgesteld door [reclasseringsmedewerker] , voornoemd;
- een reclasseringsadvies “Verlengingsadvies TBS” gedateerd 11 mei 2020, opgesteld door [reclasseringsmedewerker] , voornoemd.
Op 30 juni 2020 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. Betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige [psychiater] (psychiater) en de getuige
[reclasseringsmedewerker] (reclasseringswerker). Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van betrokkene mr. K.C.A. van der Meijden, advocaat te Helmond.
De rechtbank heeft op 30 juni 2020 de behandeling van de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van betrokkene aangehouden en de officier van justitie verzocht (op grond van artikel 2.3 Wfz jo artikel 5.19 Wvggz) de voorbereidingen voor een verzoekschrift tot afgifte van een zorgmachtiging te starten.
Op 22 september 2020 is bij de rechtbank een verzoekschrift binnengekomen waarin de officier van justitie de rechtbank verzoekt een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen.
Op 29 september 2020 is de behandeling van de vordering ter terechtzitting voortgezet. Betrokkene is gehoord, alsmede de getuige [reclasseringsmedewerker] (reclasseringswerker). Verder was aanwezig de officier van justitie. De raadsvrouw van betrokkene
mr. K.C.A. van der Meijden, advocaat te Helmond, was niet ter terechtzitting aanwezig, maar is gehoord via een zogenoemde Skype for Business verbinding (beeld- en geluidsverbinding).

2.Het advies van de onafhankelijke gedragsdeskundige

Het advies van psychiater [psychiater] , houdt, voor zover relevant, het volgende in:
Op basis van het onderhavige onderzoek kan worden onderschreven dat er bij betrokkene sprake is van schizofrenie. De positieve symptomatologie in de zin van hallucinaties en wanen is thans met behulp van medicatie in remissie terwijl negatieve symptomatologie (taalarmoede, affectvervlakking, initiatiefverlies) zichtbaar aanwezig is. De verslavingsproblematiek (alcohol, cannabis en cocaïne) is langdurig in volledige remissie, in een gereguleerde omgeving. Er is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid.
Op grond van klinisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat de kans op recidive wordt gevormd vanuit de schizofrenie, de beperkte verstandelijke vermogens en verslavingsproblematiek. Binnen de huidige setting waar betrokkene veel structuur, toezicht en controle wordt geboden en er op een duidelijke, vriendelijke en begripvolle manier aangesloten wordt bij zijn intelligentieniveau en er oog is voor zijn wensen en behoeften functioneert hij redelijk stabiel. De kans is groot dat wanneer betrokkene minder structuur geboden wordt en hij meer autonomie krijgt, hij vanuit zijn gebrek aan probleembesef en -inzicht, terugvalt in middelengebruik, zijn medicatie staakt, zich niet meer begeleidbaar opstelt, afspraken negeert en psychotisch ontregelt met een hoog recidivegevaar van gewelddadig gedrag als gevolg.
Op grond van de klinische en gestructureerde risicotaxatie kan geconcludeerd worden dat onder de huidige maatregel tbs waarbij betrokkene structuur, begeleiding en toezicht wordt geboden het recidivegevaar laag is. Zonder deze beschermende maatregel waarbij betrokkene geacht wordt autonoom te functioneren, neemt het recidiverisico op zowel de korte als de lange(re) termijn toe tot matig-hoog.
Geadviseerd wordt om de maatregel terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen.
Omdat betrokkene zeer langdurig afhankelijk zal blijven van begeleiding, ondersteuning, structuur en toezicht, ligt het in de lijn der verwachting dat na het onvoorwaardelijk beëindigen van de tbs-maatregel een zorgmachtiging langdurig nodig zal zijn om betrokkene de zorg te kunnen blijven bieden die hij behoeft en om te voorkomen dat hij terugvalt in delictgedrag. Indien de tbs-maatregel met een jaar verlengd wordt, kan het komende jaar benut worden om in het kader van de Wet verplichte GGZ (Wvggz) een zorgmachtiging voor te bereiden. Geadviseerd wordt om de voorwaardelijke beëindiging te continueren.
Ter zitting van 30 juni 2020 heeft de psychiater aan het advies toegevoegd dat verlenging met één jaar eigenlijk te lang is, maar dat dit een pragmatische keuze is geweest omdat een kortere termijn niet tot de mogelijkheden behoort.

3.Het advies van de reclassering

Het advies van de reclassering houdt, voor zover relevant en aanvullend op de rapportage van de gedragsdeskundige, het volgende in:
Naar mening van de reclassering is het verantwoord om de tbs-maatregel te beëindigen op het moment dat er een zorgmachtiging is afgegeven om betrokkene de zorg te kunnen blijven bieden die hij nodig heeft om te voorkomen dat hij terugvalt in delictgedrag. Betrokkene heeft nauwelijks ziektebesef en/of inzicht en bagatelliseert de ernst van de problemen die destijds aanleiding waren voor het indexdelict. Dit is onveranderbaar gebleken. Hierdoor ziet hij de noodzaak van beschermd/begeleid wonen en medicatiegebruik niet, wat het recidiverisico negatief beïnvloedt. De begrenzing en sturing moet van buitenaf komen. Positief is dat hij de begeleiding wel accepteert en zich zonder problemen schikt naar afspraken en voorwaarden. Om het recidiverisico blijvend te beperken is het naar mening van de reclassering noodzakelijk dat betrokkene zijn leven lang begeleiding en zorg ontvangt/aanvaardt en de antipsychotische medicatie blijft gebruiken. De kans is groot dat betrokkene zonder begeleiding en toezicht op termijn terugvalt in middelengebruik, zijn medicatie staakt, zich niet meer begeleidbaar opstelt, en psychotisch ontregelt waardoor er risico op delictgedrag ontstaat. De reclassering sluit zich aan bij het advies van de gedragsdeskundige dat er bij een onvoorwaardelijke beëindiging van de tbs maatregel een zorgmachtiging moet komen om betrokkene een kader te kunnen bieden.
De getuige [reclasseringsmedewerker] (reclasseringswerker) heeft ter zitting van
29 september 2020 desgevraagd benadrukt dat de reclassering zich met een gerust hart terugtrekt uit de begeleiding van betrokkene in het kader van de tbs, mits er een zorgmachtiging wordt afgegeven. Zij heeft hiertoe het volgende (aanvullend op genoemde rapportage) aangevoerd.
Betrokkene woonde voorheen in een forensische beschermde woonvorm. Sinds april 2019 verblijft betrokkene in een reguliere beschermde woonvorm bij Wonen-Groningen Lentis. Hij krijgt al een jaar lang ondersteuning van twee woonbegeleiders. Daarnaast wordt hij begeleid door een forensisch FACT team. Deze vorm van zorg blijft, ook als de tbs-maatregel wordt beëindigd. De rol van de reclassering bestond in het de afgelopen periode met name uit het bieden van ondersteuning op het gebied van financiën. Deze ondersteuning is inmiddels overgedragen aan het maatschappelijk werk dat daar ook veel ervaring mee heeft. Voor betrokkene zal er dan ook niet veel veranderen als de tbs-maatregel wordt beëindigd en betrokkene op de reguliere verplichte gezondheidszorg is aangewezen.
Het is wel van belang dat betrokkene medicatie blijft gebruiken. Het FACT team houdt hier toezicht op, controleert de bloedspiegel van betrokkene en waakt er voor dat er geen misbruik van betrokkene wordt gemaakt. Betrokkene heeft geen ziektebesef, maar vertrouwt de mensen in de zorg om hem heen. Hij stelt zich goed begeleidbaar op.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar moet worden afgewezen mits de rechtbank het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging ex artikel 2.3 Wfz toewijst.

5.Het standpunt van betrokkene

Betrokkene en zijn raadsvrouw sluiten zich aan bij het standpunt van de officier van justitie.

6.De beoordeling

Uit genoemde rapportages blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten schizofrenie. Verder is bij betrokkene sprake van verslavingsproblematiek en zwakbegaafdheid. Het recidivegevaar – onder de huidige tbs-maatregel – waarbij betrokkene structuur, begeleiding en toezicht wordt geboden, wordt als laag ingeschat. Zonder deze begeleiding en dit toezicht, waarbij betrokkene geacht wordt autonoom te functioneren, neemt het recidiverisico op zowel de korte als de lange(re) termijn toe tot matig-hoog. Benadrukt wordt dat betrokkene geen ziektebesef heeft en blijvend begrenzing en sturing van buitenaf nodig heeft. De beperking van het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau kan echter ook in het kader van de regulier verplichte zorg worden geborgd.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de rapportages van de deskundigen te twijfelen en neemt deze over.
De rechtbank heeft (bij afzonderlijke beslissing van heden) op basis van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging afgegeven voor de duur van zes maanden. Met de daarin opgenomen voor betrokkene noodzakelijke zorg wordt het recidiverisico teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau. Onder deze omstandigheden vereist de veiligheid niet langer dat de tbs-maatregel wordt verlengd.
De rechtbank zal de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling dan ook afwijzen.

7.De beslissing

De rechtbank:
wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van [tbs gestelde] voornoemd.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. E.G. van Roest, voorzitter,
mr. N. Boots en mr. L. van Dijk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A. de Graag, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020.