Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn ex-echtgenoten die huwelijkse voorwaarden hebben gesloten in Iran. Het hof Amsterdam heeft in hoger beroep een bedrag van € 99.000,00 aan bruidsschat toegewezen aan [gedaagde], uitvoerbaar bij voorraad. [eiser] startte een executiegeschil en vorderde schorsing van de tenuitvoerlegging omdat de beschikking nog niet onherroepelijk is en hij een reëel restitutierisico loopt.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van [eiser] bij behoud van de bestaande toestand en zekerheidstelling zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij onmiddellijke uitbetaling, mede omdat [gedaagde] geen concreet plan heeft om de uitbetaling niet af te wachten en het restitutierisico reëel is. Daarom wordt de tenuitvoerlegging geschorst tot uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure.
De woning, waarop executoriaal beslag is gelegd, is onlangs onderhands verkocht en dient op 6 november 2020 geleverd te worden. Het beslag wordt opgeheven en geconverteerd in een beslag op de netto verkoopopbrengst van € 99.000,00, die in depot bij de notaris blijft totdat de Hoge Raad uitspraak doet.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het hofarrest wordt geschorst en het executoriaal beslag op de woning geconverteerd in een beslag op de verkoopopbrengst in depot bij de notaris.