ECLI:NL:RBNHO:2020:8759
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte babbeltruc oplichting ouderen wegens gebrek aan bewijs
Vier verdachten werden beschuldigd van het plegen van babbeltrucs tussen 30 maart en 15 mei 2020, waarbij zij zestien ouderen benaderden om hun bankpas en pincode af te pakken. De modus operandi bestond uit telefonisch contact en voordoen als pakketbezorger, waarna de bankpas werd gewisseld en geld werd gepind.
Verdachte werd specifiek beschuldigd van medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutels. De officier van justitie baseerde haar bewijs vooral op overeenkomsten in kleding en postuur tussen verdachte en een pinner op camerabeelden van 3 april 2020, en op zijn aanhouding op 21 april 2020.
De verdediging voerde aan dat deze overeenkomsten onvoldoende zijn en dat er geen persoonsgebonden kenmerken zijn vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was, mede omdat de modus operandi inhield dat verschillende personen werden ingezet. Er was geen fotoconfrontatie met slachtoffers en geen ander overtuigend bewijs.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor babbeltruc oplichting.