ECLI:NL:RBNHO:2020:8814
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning op waardepeildatum 1 januari 2018
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning op de waardepeildatum 1 januari 2018 en stelt een lagere waarde van € 1.400.000 voor, gebaseerd op de aankoopprijs van € 1.300.000 van 1,5 jaar eerder. Verweerder heeft een waardematrix met vergelijkingsobjecten overgelegd, waarin de woning is getaxeerd op € 1.617.000.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de bewijslast heeft voldaan met de waardematrix, waarbij de vergelijkingsobjecten recent rond de waardepeildatum zijn verkocht en qua type, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar zijn. De berekende kubieke meterprijs voor de woning is lager dan die van de vergelijkingsobjecten, en eiser heeft geen concrete argumenten aangevoerd om een lagere prijs te rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat de aankoopprijs van 1 juni 2016, anderhalf jaar voor de waardepeildatum, minder geschikt is als waardebepaling, mede omdat de woning niet op de openbare markt is verkocht. Daarnaast is van belang dat eiser na aankoop een verbouwing van circa € 300.000 heeft uitgevoerd.
Gelet op deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde is ongegrond verklaard en de waarde van € 1.617.000 gehandhaafd.