ECLI:NL:RBNHO:2020:8872
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2019, stellende dat deze te hoog was. Verweerder handhaafde de waarde van €184.000 en ondersteunde dit met een taxatieverslag en een waardematrix waarin vergelijkingsobjecten werden opgenomen.
De rechtbank overwoog dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat verweerder adequaat rekening had gehouden met verschillen in grootte, ligging, kwaliteit, onderhoudsstaat en aanwezigheid van asbest, waarvoor een aftrek van €5.000 was toegepast. Eiser had foto’s overgelegd ter onderbouwing, maar gaf geen nadere toelichting en slaagde er niet in aan te tonen dat de kwaliteit en staat van onderhoud onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank concludeerde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Het betoog van eiser over het bestuur van Nederland werd als irrelevant beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €184.000 wordt ongegrond verklaard.