Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 118.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016, inclusief een verzuimboete van €369 wegens het te laat indienen van de aangifte. De aanslag is vastgesteld op basis van een belastbaar inkomen van €61.595, conform de ingediende aangifte.
Eiseres stelde dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door de voorlopige teruggaven niet stop te zetten, ondanks haar verzoeken daartoe, waardoor zij een schuld van €3.340 heeft opgebouwd. De Belastingdienst betwistte deze verzoeken en stelde dat slechts één verzoek over 2015 bekend was. De rechtbank oordeelde dat de aanslag correct was vastgesteld en dat de handelwijze van de Belastingdienst in de invorderingssfeer geen invloed heeft op de rechtmatigheid van de aanslag.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de aangifte pas op 14 april 2018 had ingediend, na herinnering en aanmaning, en dat de verzuimboete terecht was opgelegd. Gezien de geringe draagkracht van eiseres werd de boete echter gematigd tot €50.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor zover deze de boete betrof, matigde de boete, en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten van €12 en het griffierecht van €47.
Uitkomst: De verzuimboete wegens te late aangifte wordt gematigd tot €50 en het beroep wordt gegrond verklaard.