Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2020 in de zaak van
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft bij brief van 22 maart 2020 beroep ingesteld tegen een bestuursrechtelijk besluit. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan. Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet griffierecht worden betaald binnen vier weken na mededeling, wat eiseres niet heeft gedaan ondanks twee aanmaningen, waarvan de ontvangst is bevestigd.
Daarnaast heeft eiseres verzuimd om binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep in te dienen en de vereiste stukken zoals het besluit, een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten te overleggen. Ook hiervoor is zij aangetekend in de gelegenheid gesteld, maar zij heeft niet gereageerd.
De rechtbank concludeert dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 6 november 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en verzuim in het aanleveren van benodigde stukken.