Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Hollands Kroon, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil
De verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten kunnen dus worden gebruikt ter onderbouwing van de waarde van de woning. Dat er verschillen zijn tussen de woning en de vergelijkingsobjecten maakt dit niet anders. Het gaat erom dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met die verschillen.
Eiser heeft ter onderbouwing van de door hem toegekende kwalificaties gewezen op een door B. Lemmens op 21 februari 2020 opgemaakt taxatierapport. In dit rapport is, onder gebruikmaking van de ook door verweerder gehanteerde vergelijkingsobjecten, de waarde van de woning per de waardepeildatum getaxeerd op € 135.000.
Nu, zoals blijkt uit het rapport, de woning in het kader van de taxatie door eisers taxateur op 11 februari 2020 inpandig is opgenomen, zal de rechtbank eiser in de door hem aan de woning toegekende kwalificatie van de staat van onderhoud volgen. Dit betekent dat de rechtbank anders dan verweerder, uitgaat van een matige staat van onderhoud van de woning.
De rechtbank overweegt voorts dat eiser ter zitting onweersproken heeft gesteld dat bij de waardevaststelling geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat op het grasveld voor de woning, woningen zullen worden gebouwd. Gelet hierop is geen sprake is van een gemiddelde ligging van de woning zoals door verweerder gesteld. De rechtbank is dan ook, anders dan verweerder, van oordeel dat evenals voor het vergelijkingsobject [adres 2] , voor de woning sprake is van een matige ligging. Op grond van het voorgaande heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
1 punt voor de (telefonische) hoorzitting met een waarde per punt van € 261; 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vastgestelde waarde van de woning per de waardepeildatum tot € 135.000;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2019 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de door eiser redelijkerwijs gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.828,52 en
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 47 te vergoeden.
R. van der Vecht, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 2 november 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.