ECLI:NL:RBNHO:2020:8908

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 november 2020
Publicatiedatum
2 november 2020
Zaaknummer
8639974 CV EXPL 20-3168
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij geschil over ontbinding koopovereenkomst woning

In deze zaak staat de bevoegdheid van de kantonrechter centraal bij een geschil over de ontbinding van een koopovereenkomst van een woning. De woning is verkocht voor een bedrag van 175.000 euro, wat de vordering boven de normale kantonrechterlijke competentie van 25.000 euro plaatst.

Na een tussenvonnis en nadere toelichtingen van partijen over de bevoegdheid, concludeert de kantonrechter dat hij zich in principe niet bevoegd acht omdat de vordering van onbepaalde waarde is en vermoedelijk hoger dan 25.000 euro. Echter, partijen hebben gezamenlijk op grond van artikel 96 Rv Pro verzocht dat de kantonrechter de zaak behandelt.

Omdat het geschil betrekking heeft op rechtsgevolgen die partijen vrij kunnen bepalen, besluit de kantonrechter toch bevoegd te zijn. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor verdere processtukken, en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd op grond van artikel 96 Rv en verwijst de zaak naar de rolzitting voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Alkmaar
zaaknr/rolnr.: 8630074/CV EXPL 20-3168
uitspraakdatum: 4 november 2020

Vonnis in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]
eisende partij
verder ook te noemen: [eiser]
gemachtigde: Stichting Univé Rechtshulp
tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
verder ook te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. A.E. Koster

Het verdere procesverloop

Na het tussenvonnis van 16 september 2020 hebben beide partijen een akte genomen waarin zij zich hebben uitgelaten over de bevoegdheid van de kantonrechter.

De beoordeling

Ondanks de toelichting die partijen op het punt van de bevoegdheid hebben gegeven, acht de kantonrechter zich als uitgangspunt niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen, omdat de vordering voor een deel bestaat uit een vordering van onbepaalde waarde, zonder dat er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan EUR 25.000,-. Integendeel, de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst, betreft de verkochte woning die op 27 december 2019 is verkocht voor EUR 175.000,-. Nu partijen echter gezamenlijk op de voet van artikel 96 Rv Pro wensen dat de kantonrechter deze zaak beslist en het gaat om rechtsgevolgen die ter vrije bepaling van partijen staan, acht de kantonrechter zich toch bevoegd.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van re- en dupliek. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:
Verwijst de zaak naar de rolzitting van 2 december 2020 voor conclusie van repliek aan de zijde van [eiser] ;
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 4 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
De griffier
De kantonrechter