ECLI:NL:RBNHO:2020:8920
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing over ontvangen schadevergoeding in box 3
Eiseres ontving in 2013 een schadevergoeding van €320.000 na een gasexplosie waarbij zij slachtoffer was geworden. Voor het belastingjaar 2017 legde de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, waarbij de schadevergoeding werd meegenomen in box 3 als belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
Eiseres betwistte deze heffing en stelde onder meer dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar standpunt in een hoorgesprek toe te lichten. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende pogingen had gedaan om een hoorgesprek te organiseren, maar eiseres zonder bericht niet was verschenen. De rechtbank verwierp daarom de schending van het hoorrecht.
Juridisch werd bevestigd dat banktegoeden, waaronder de ontvangen schadevergoeding, op de peildatum 1 januari 2017 tot de grondslag van box 3 behoren, omdat geen specifieke vrijstelling voor deze schadevergoeding in de Wet IB 2001 is opgenomen. De rechtbank vond dat eiseres gelijk werd behandeld met andere slachtoffers zoals vermeld in het Besluit Diverse tegemoetkomingen bij bijzondere gebeurtenissen.
Ook werden geen schendingen van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel, vastgesteld. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag zoals opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de belastingheffing over de ontvangen schadevergoeding in box 3 wordt ongegrond verklaard.