ECLI:NL:RBNHO:2020:8921
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015
Eiser diende een bezwaar in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015, die was opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van €26.650. Verweerder had de vrijstelling van de premie volksverzekeringen gecorrigeerd, wat leidde tot een terugvordering van €5.961 inclusief belastingrente. Het bezwaar werd echter pas op 3 april 2019 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat eiser pas in december 2017 kennis nam van de aanslag en het bezwaar niet binnen een redelijke termijn daarna indiende. Ook was het bezwaar van 18 maart 2017 niet ontvankelijk omdat de aanslag toen nog niet definitief was opgelegd en de brief slechts een reactie op een voornemen betrof.
De rechtbank verwierp verder het standpunt van eiser dat een medewerkster van het Landelijk Incasso Centrum hem telefonisch had toegezegd dat hij het bedrag niet hoefde te betalen. De uitlating hield slechts uitstel van betaling in zolang het bezwaar in behandeling was.
Eiser was niet verschenen op de zitting en had geen adreswijziging doorgegeven, waardoor de rechtbank het onderzoek kon voltooien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2015 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.