ECLI:NL:RBNHO:2020:8922
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting 2010-2017 en verzuimboete 2017
Eiser heeft beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2010 tot en met 2017 en tegen een verzuimboete over 2017. De rechtbank verklaart de beroepen over 2010-2013 niet-ontvankelijk omdat eiser niet eerst bezwaar heeft gemaakt, zoals vereist volgens artikel 7:1 Awb Pro. Het beroep tegen de aanslag 2014 is niet-ontvankelijk wegens te late indiening, aangezien het beroepschrift werd ingediend vóór de uitspraak op bezwaar.
De beroepen tegen de aanslagen 2015 tot en met 2017 worden ongegrond verklaard omdat deze aanslagen zijn vastgesteld overeenkomstig de eigen aangiften van eiser en hij geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden. De rechtbank oordeelt dat de aanslagen correct zijn vastgesteld en dat de rechtbank niet kan oordelen over verrekening van openstaande schulden.
De verzuimboete wegens het te laat indienen van de aangifte over 2017 wordt in stand gelaten. De rechtbank vindt dat eiser niet tijdig aan zijn aangifteplicht heeft voldaan en dat er geen omstandigheden zijn die een vermindering van de boete rechtvaardigen. Eiser heeft geen feiten gesteld die afwezigheid van schuld aantonen.
Eiser is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De rechtbank concludeert dat de uitnodiging correct is verzonden en dat de procedure rechtmatig is verlopen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Beroepen tegen aanslagen 2010-2014 niet-ontvankelijk, beroepen 2015-2017 ongegrond, verzuimboete 2017 gehandhaafd.