ECLI:NL:RBNHO:2020:8926
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vermogensrendementsheffing box 3 jaren 2015-2018
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) voor de jaren 2015 tot en met 2018, specifiek gericht op de vermogensrendementsheffing in box 3. De rechtbank laat de vraag of de heffing op stelselniveau in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM voor de jaren 2017 en 2018 buiten beschouwing vanwege lopende massaal bezwaarprocedures. Voor de jaren 2015 en 2016 volgt de rechtbank het oordeel van de Hoge Raad over 2013 en 2014.
Eiseres stelt dat de forfaitaire heffing neerkomt op ontneming en een individuele en buitensporige last vormt, mede door een belastingdruk die hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar partner een hoog gezamenlijk vermogen en een inkomen uit vroegere dienstbetrekking hebben, waardoor zij financieel gunstig staan. De situatie wijkt daarmee wezenlijk af van eerdere jurisprudentie waarin een individuele en buitensporige last werd aangenomen.
De rechtbank concludeert dat de belastingheffing niet leidt tot een individuele en buitensporige last in de zin van het EVRM. Hoewel er sprake is van interen op het vermogen, is dit volgens de rechtbank een kwestie voor de wetgever, die het stelsel vanaf 2017 heeft aangepast. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 tot en met 2018.