ECLI:NL:RBNHO:2020:8941
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens beperkt anoniem getuigenverhoor
Verzoeker heeft de wraking van de rechter-commissaris verzocht omdat deze ambtshalve een getuige beperkt anoniem wilde horen, terwijl volgens verzoeker geen objectieve aanleiding bestond. Ook zou de rechter onwaarheden hebben genoteerd in het proces-verbaal en het getuigenverhoor zonder uitleg hebben geannuleerd.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of objectieve twijfel aan onpartijdigheid. De rechter-commissaris had in overleg met partijen een datum vastgesteld voor het getuigenverhoor, maar na melding van de getuige dat zij bang was om te getuigen als haar gegevens in het dossier zouden komen, besloot de rechter ambtshalve tot beperkt anoniem horen en stelde het verhoor uit.
De kamer oordeelde dat de scheidslijn tussen ambtshalve en op verzoek beperkt anoniem horen dun is en dat het feit dat het proces-verbaal melding maakte van een verzoek van de getuige niet wijst op vooringenomenheid. Het annuleren van het verhoor zonder uitgebreide motivering is een rechterlijke bevoegdheid en geen wrakingsgrond. De feiten en omstandigheden boden geen reden om aan de onpartijdigheid van de rechter te twijfelen.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van het verzoek. De beslissing werd op 7 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.