De passagier vordert compensatie van €250 wegens annulering van een vlucht van München naar Amsterdam op 15 augustus 2017, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden door de sluiting van de luchthaven Neurenberg vanwege een noodlanding.
De rechtbank stelt vast dat de luchthaven tussen 13:10 en 14:50 uur gesloten was en dat de vervoerder om 13:52 uur besloot de vlucht te annuleren. Echter, het is onduidelijk waarom de vervoerder zo snel tot annulering overging en niet is aangetoond of de voorgaande vlucht alsnog met vertraging had kunnen plaatsvinden. Het Duitse vonnis dat werd overgelegd biedt hierover geen duidelijkheid.
De kantonrechter concludeert dat de vervoerder onvoldoende heeft bewezen dat de annulering direct het gevolg was van de buitengewone omstandigheden. Daarom wordt de compensatie toegewezen. De passagier krijgt ook de proceskosten vergoed, zij het op basis van het liquidatietarief, omdat geen specificatie van kosten is gegeven. Een verzoek tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens ontbreken in het vorderingsformulier.