ECLI:NL:RBNHO:2020:9085
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde drive-in tussenwoning met onderhoudsgebreken
Verweerder heeft de WOZ-waarde van een drive-in tussenwoning uit 1975 vastgesteld op €224.000 voor 2019, later verminderd tot €206.000 na bezwaar. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de onderhoudstoestand en kwaliteit van de woning onvoldoende zijn meegewogen, onderbouwd met een bouwkundig rapport dat herstelkosten van circa €28.586 noemt.
Verweerder onderbouwt zijn standpunt met een taxatierapport waarin de woning wordt vergeleken met vier vergelijkbare objecten uit dezelfde periode, waarbij ook de mindere onderhoudstoestand expliciet is meegenomen. De rechtbank acht aannemelijk dat het waardedrukkend effect van de onderhoudstoestand voldoende is verwerkt in de waardering, mede omdat vergelijkingsobjecten ook gebreken vertoonden.
De rechtbank verwerpt het betoog van eiser dat de woning van mindere kwaliteit is dan de vergelijkingsobjecten. De taxateur heeft immers uitgegaan van gemiddelde kwaliteit, wat door de rechtbank wordt bevestigd. Het bouwkundig rapport van eiser leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €206.000 wordt ongegrond verklaard.