Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen foto’s schotwonden [slachtoffer] d.d. 5 april 2019 (dossierpagina 160 tot en met 166).
4.Kwalificatie
5.Strafbaarheid van het feit en verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij [slachtoffer] en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
DERTIG (30) MAANDEN.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.151,70, bestaande uit € 151,70 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.151,70, en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
zestig (60) dagenindien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Sv niet mogelijk blijkt.