ECLI:NL:RBNHO:2020:9582
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake intrekking en afwijzing TOZO-uitkering wegens urencriterium
Verzoeker, een ondernemer met een bouw- en timmerbedrijf, ontving een TOZO 1-uitkering voor de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem trok deze uitkering in en vorderde het bedrag terug, omdat verzoeker niet zou voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar. Tevens werd de aanvraag voor TOZO 2 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is bij een inhoudelijke beoordeling van de intrekking van TOZO 1, omdat invordering wordt uitgesteld tot na bezwaar. Ten aanzien van TOZO 2 concludeerde de rechter dat de door verzoeker overgelegde gegevens onvoldoende duidelijkheid geven over het voldoen aan het urencriterium. Verzoeker kon tijdens de zitting geen concrete en verifieerbare onderbouwing geven.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de hoorzitting in bezwaar binnen afzienbare tijd plaatsvindt en verzoeker dan de mogelijkheid heeft om de onduidelijkheden weg te nemen. Tevens werd verwezen naar andere mogelijke regelingen zoals het Bbz. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van TOZO 1 en afwijzing van TOZO 2 wordt afgewezen.