ECLI:NL:RBNHO:2020:9635
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot conservatoir beslag op buitenlands geregistreerd luchtvaartuig op Nederlandse luchthaven
In deze zaak verzocht de juridische eigenaar van een luchtvaartuig, geregistreerd in een niet-verdragsstaat, conservatoir beslag tot afgifte te mogen leggen op het vliegtuig dat op de luchthaven Schiphol werd verwacht. De voorzieningenrechter beoordeelde of hij bevoegd was om op grond van artikel 729d lid 1 Rv het beslag te verlenen, ondanks dat het vliegtuig niet in de Nederlandse openbare registers stond en niet onder het Verdrag van Rome (1933) viel.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de beperking in artikel 729d lid 1 Rv, die zich strikt leek te richten op luchtvaartuigen die in openbare registers staan of onder het Verdrag van Rome vallen, niet bedoeld is om een redelijk doel te dienen. De bepaling is immers gebaseerd op een regeling omtrent conservatoir beslag op schepen die geen dergelijke beperking kent. Daarom kan ook bij een luchtvaartuig geregistreerd in een niet-verdragsstaat bevoegdheid worden aangenomen als het vliegtuig binnen het rechtsgebied wordt verwacht.
Gelet op het feit dat het vliegtuig op Schiphol werd verwacht, achtte de voorzieningenrechter zich bevoegd om het verzoek te behandelen. Vervolgens werd het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte toegewezen. De beschikking werd uitvoerbaar verklaard en de eiser werd verplicht binnen zestig dagen na het beslag een hoofdzaak in te stellen.
Uitkomst: Verzoek tot conservatoir beslag tot afgifte op het buitenlands geregistreerde luchtvaartuig werd toegewezen.