ECLI:NL:RBNHO:2020:9684
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging verdeling aftrekbare kosten eigen woning vereist gezamenlijk verzoek
Eiser was in 2016 gehuwd met mevrouw [B] en woonde op hetzelfde adres tot november 2016. Voor het jaar 2016 legde de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op aan eiser, waarbij het saldo eigen woning volledig aan [B] werd toegerekend en niet aan eiser. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde dat de verdeling van de aftrekbare kosten van de eigen woning onjuist was en zonder zijn toestemming was ingediend door [B].
De rechtbank stelde vast dat de aangifte mede namens eiser was ingediend met gebruik van zijn persoonlijke DigiD, waardoor eiser verantwoordelijk is voor de inhoud. De rechtbank overwoog dat een wijziging van de verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen alleen kan plaatsvinden indien er een gezamenlijk verzoek van beide partners is ingediend, wat in deze zaak ontbrak.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat de aanslag terecht is opgelegd conform de ingediende aangifte en dat eiser de verdeling van de aftrekbare kosten alleen kan wijzigen door een gezamenlijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat wijziging van de verdeling van aftrekbare kosten eigen woning alleen kan bij gezamenlijk verzoek.