De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van New York naar Parijs op 13 juli 2017, die werd geannuleerd. De passagier werd omgeboekt naar een latere vlucht en vorderde compensatie van €600 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde zich op het standpunt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, waaronder een birdstrike en slechte weersomstandigheden, waardoor zij niet aansprakelijk zou zijn. De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder onvoldoende bewijs leverde dat de birdstrike op de relevante vlucht plaatsvond en dat de weersomstandigheden en rusttijden van de bemanning niet voldoende waren onderbouwd om de annulering te rechtvaardigen.
Daarom werd aangenomen dat de annulering binnen de invloedsfeer van de vervoerder viel en dat zij compensatie moest betalen. De passagier kreeg de gevorderde wettelijke rente toegekend vanaf de oorspronkelijke aankomstdatum. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten en nakosten werden toegewezen aan de passagier.