ECLI:NL:RBNHO:2020:9842
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verzet tegen dwangbevel inkomstenbelasting
Eiser heeft verzet ingesteld tegen een dwangbevel van de Belastingdienst met betrekking tot de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017. De rechtbank heeft dit verzet beoordeeld op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet 1990.
De rechtbank overweegt dat tegen een dwangbevel geen bezwaar en beroep openstaan, omdat het rechtsmiddel tegen het onderliggende besluit waaruit de betalingsverplichting voortvloeit reeds openstond. Volgens artikel 17 van Pro de Invorderingswet 1990 dient verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel te worden ingesteld via een dagvaardingsprocedure bij de civiele rechter.
Omdat eiser het verzet niet via de juiste procedure heeft ingesteld, verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank draagt de griffier op het betaalde griffierecht terug te betalen aan eiser. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 4 december 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzet tegen het dwangbevel en draagt het griffierecht terug te betalen.