ECLI:NL:RBNHO:2020:9880
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering wegens autoreparatie na aanrijding
Op 8 december 2019 liep de auto van gedaagde schade op door een aanrijding. Gedaagde wendde zich kort daarna tot eiser voor taxatie en reparatie van de schade. Eiser stelde de schade vast op EUR 2.439,36 inclusief btw, wat door een expert van de verzekeraar werd bevestigd. Eiser herstelde de auto vervolgens voor EUR 1.900,91 inclusief btw en stuurde hiervoor een factuur aan gedaagde.
Gedaagde betaalde niet en gaf aan te wachten op betaling van de verzekering. Hij betwistte de vordering met het argument dat eiser zonder opdracht had gerepareerd en dat de factuur niet overeenkwam met eerdere begrotingen. Eiser bracht berichten in het geding waaruit blijkt dat gedaagde opdracht gaf tot reparatie en betaling toezegde na ontvangst van verzekeringsgeld.
De kantonrechter oordeelde dat er een overeenkomst tot stand is gekomen en dat gedaagde onvoldoende onderbouwd heeft dat hij bezwaar had tegen de reparatie of factuur. Ook de stelling dat de kwaliteit van het werk onvoldoende was, werd verworpen. De vordering tot betaling van de factuur, rente en buitengerechtelijke kosten werd toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur voor autoreparatie, rente en proceskosten.