ECLI:NL:RBNHO:2020:9990
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bevestiging juiste waardering door gemeente
Eiser betwistte de door de gemeente Waterland vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het kalenderjaar 2019, stellende dat de waarde onjuist en te hoog was vastgesteld. Hij voerde aan dat vergelijkbare woningen een lagere WOZ-waarde hadden, dat de grondwaarde onjuist was bepaald en dat de woning deels bedrijfsruimte bevatte, wat volgens hem niet correct was meegenomen.
De rechtbank overwoog dat de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2018 is vastgesteld op basis van de systematische vergelijkingsmethode met andere woningen die kort voor of na die datum zijn verkocht. De rechtbank vond dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede doordat rekening was gehouden met verschillen in ligging, grootte en grondwaarde.
De stellingen van eiser over ongelijke behandeling op grond van het gelijkheidsbeginsel, het niet meenemen van de aankoopprijs en het ontbreken van een taxatie-inpandig bezoek werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde in overeenstemming is met het wettelijk waardebegrip en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 1.111.000 wordt ongegrond verklaard.