ECLI:NL:RBNHO:2020:9996
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijking met referentieobjecten
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat deze te hoog is en dat betere vergelijkingsobjecten een lagere waarde rechtvaardigen. Verweerder heeft een taxatieverslag en een taxatiematrix overgelegd met vergelijkingsobjecten die volgens hem representatief zijn en waarbij rekening is gehouden met de staat van onderhoud van de woning.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser correct is uitgenodigd voor de zitting, ondanks zijn afwezigheid. De waardepeildatum is 1 januari 2018 en de waarde is vastgesteld op € 731.000. De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de reductie voor de slechte onderhoudstoestand van de woning adequaat is toegepast.
Daarnaast is de grondwaarde correct berekend en is de vergelijking met objecten die gesloopt zijn niet relevant. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 731.000 wordt ongegrond verklaard.