Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 november 2021 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
BORGSTELLING
INTENTIEVERKLARING/VOOROVEREENKOMST
CONTRACT COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP
PARTIJEN:
IN AANMERKING NEMENDE:
ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
Artikel 1: Naam Pro en plaats van vestiging
Artikel 2: Doel Pro
Artikel 5: Kapitaalrekening Pro – rente
BORGSTELLING
Geschil22. In geschil is of eiser ter zake van zijn gerechtigdheid in de commanditaire vennootschap een verlies in aanmerking kan nemen tot een bedrag van € 568.876. Meer specifiek is in geschil het antwoord op de vraag of het aangaan van de commanditaire vennootschap door eiser en [naam 3] een schijnhandeling is. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, is in geschil de hoogte van het in aanmerking te nemen verlies.
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 1.083;
- veroordeelt de minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 417;
- veroordeelt verweerder en de minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van eiser, ieder tot een bedrag van € 374; en
- draagt verweerder en de minister van Justitie en Veiligheid op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 24.