Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Van Mossel Citroën B.V.
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
De beoordeling
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst met de werkgever opgezegd en wil bij een concurrerend autobedrijf gaan werken, wat volgens het overeengekomen concurrentiebeding verboden is binnen een straal van 50 kilometer gedurende twaalf maanden na beëindiging van het dienstverband.
De werknemer vordert in kort geding schorsing van het concurrentiebeding, stellende dat het bedrijfsbelang van de werkgever niet zwaarwegend is en dat zijn belangen bij het nieuwe dienstverband zwaarder wegen, onder meer vanwege doorgroeimogelijkheden, salarisverhoging en kortere reistijd.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding, omdat de werknemer beschikt over vertrouwelijke kennis en specifieke bedrijfsinformatie die concurrentievoordeel kan opleveren voor de nieuwe werkgever. De werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn belangen zwaarder wegen.
Ook de uitbreiding van de geografische reikwijdte van het beding naar 50 kilometer is recent en bewust overeengekomen, waardoor beperking daarvan in kort geding niet aan de orde is.
De vordering tot schorsing wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.