ECLI:NL:RBNHO:2021:10111
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid in luchtvaartcompensatiezaak
Flightright heeft een vordering ingesteld tegen de vervoerder Icelandair ehf. wegens vertraging van een vlucht, waardoor passagiers hun aansluitende vlucht misten. Flightright vordert compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
De vervoerder stelde een incidentele vordering in tot niet-ontvankelijkheid van Flightright, stellende dat het recht op compensatie een hoogstpersoonlijk recht is en niet overdraagbaar, en dat er geen geldige cessie heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelt dat de discussie over cessie en partijstatus geen louter processueel verweer betreft en dus niet geschikt is voor incidentele behandeling. De vervoerder wordt in het ongelijk gesteld en de zaak wordt verwezen naar de bodemprocedure voor inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid van Flightright wordt afgewezen en de zaak wordt verwezen naar de bodemprocedure.