Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[passagier sub 1]
2. [passagier sub 2]
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
Rechtbank Noord-Holland
Passagiers vorderden compensatie van Air Canada wegens annulering van vlucht AC825. Air Canada stelde dat de annulering het gevolg was van een sneeuwstorm en slechte zichtbaarheid op Toronto Airport, waardoor de voorgaande vlucht met hetzelfde toestel niet kon vertrekken. Dit vormde een buitengewone omstandigheid die doorwerkte op de onderhavige vlucht.
De rechtbank oordeelde dat Air Canada voldoende aannemelijk had gemaakt dat de weersomstandigheden buitengewoon waren en dat zij alle redelijke maatregelen had genomen, waaronder het omboeken van passagiers naar de eerstvolgende beschikbare vlucht. De passagiers konden niet aantonen dat eerdere alternatieve vluchten beschikbaar waren.
De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen. De proceskosten werden aan de passagiers opgelegd omdat zij in het ongelijk werden gesteld. De rechtbank verwierp tevens het betoog dat Air Canada op grond van het gelijkheidsbeginsel in alle gevallen compensatie moest betalen, aangezien eerdere betalingen in andere dossiers niet tot algemene verplichtingen leiden.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens annulering van vlucht AC825 wordt afgewezen wegens buitengewone weersomstandigheden en voldoende genomen maatregelen door Air Canada.