Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Stede Broec, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil
- Het door verweerder gebruikte vergelijkingsobject [object 1] is niet bruikbaar. Primair omdat dit object een ander objecttype is dan de woning en subsidiair omdat een hoekwoning meer gewild is dan een rijwoning en daardoor sprake is van een andere markt.
- Het door verweerder gebruikte vergelijkingsobject [object 2] is volgens eiseres goed vergelijkbaar, maar het onderbouwt volgens haar een lagere waarde van de woning. Dit vergelijkingsobject heeft 2 m² meer grond en 80 m³ meer inhoud.
- Volgens eiseres kan [object 3] dienen als vergelijkingsobject. Deze woning met een perceel van 189 m² en een inhoud van 360 m³ is op 18 februari 2019 verkocht voor € 188.000. Bij de vaststelling van de waarde van de woning heeft verweerder met dit vergelijkingsobject ten onrechte geen rekening gehouden.
- Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de ligging van de woning. De woning ligt in een andere wijk dan de vergelijkingsobjecten die in andere wijken liggen met een andere markt en daardoor met andere prijzen. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij de ligging in een andere wijk heeft verdisconteerd.
- In de uitspaak op bezwaar is aangegeven dat de woning een hoekwoning betreft, terwijl de woning een rijwoning is. De waarde van de woning is daardoor te hoog vastgesteld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar en de WOZ-beschikking;
- bepaalt de waarde van de woning op € 210.000 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde beschikking;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres in beroep redelijkerwijs gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.598;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 48 aan haar te vergoeden.