ECLI:NL:RBNHO:2021:10310
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag en wijziging geslachtsnaam minderjarige
De moeder en haar partner hebben verzocht om gezamenlijk gezag over de minderjarige en om wijziging van haar geslachtsnaam. De minderjarige woont bij de moeder en partner, die sinds 2018 samenwonen. De vader, die de minderjarige heeft erkend, voert verweer tegen beide verzoeken, met name uit zorg dat hij uit het leven van het kind verdwijnt en vanwege het behoud van de achternaam.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank om het gezamenlijk gezag toe te wijzen, omdat de vader geen actieve rol vervult en de moeder en partner al jaren samen voor het kind zorgen. De Raad adviseert tevens om de geslachtsnaam te wijzigen in die van de moeder, gezien de duurzame relatie tussen moeder en kind en de afwezigheid van contact tussen partner en zijn andere kinderen.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot gezamenlijk gezag conform artikel 1:253t BW en stelt vast dat aan de voorwaarden is voldaan, zonder gegronde vrees voor verwaarlozing van belangen van het kind. De geslachtsnaamwijziging wordt terughoudend beoordeeld; de rechtbank wijst het primaire verzoek tot wijziging in de naam van de partner af, maar wijst het subsidiaire verzoek tot wijziging in de naam van de moeder toe. De rechtbank benadrukt dat de geslachtsnaamwijziging niets afdoet aan de afstamming van de vader en wijst op het belang van statusvoorlichting voor de identiteitsontwikkeling van het kind.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt toegewezen en de geslachtsnaam van de minderjarige wordt gewijzigd in die van de moeder.