Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 5 november 2021 afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 4 augustus 2021 (dossierpagina’s 2-6).
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 5 november 2021 afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 4 augustus 2021 (dossierpagina’s 13-14).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
- Feit 1:
- Feit 3:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de maatregel
7.Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1] en schadevergoedingsmaatregel
€ 2.790,44 ingediend tegen de verdachte wegens materiële (€ 790,44) en immateriële schade (€ 2.000,-) die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit schade aan huisraad van de woning van de benadeelde partij, als gevolg van het gooien met een pot verf door de verdachte. De gestelde immateriële schade bestaat uit lichamelijke en geestelijke schade.
mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.
8.Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3] en schadevergoedingsmaatregel
mishandeling van een ambtenaar in functie] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
€ 300,- [driehonderd euro], bestaande uit immateriële (lichamelijke) schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 385,- [driehonderdvijfentachtig euro], bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.