Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:10662

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
8856346
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor handelen in strijd met gesloten verklaring in beide richtingen

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 25 juni 2021 verschenen zowel betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding had plaatsgevonden, maar dat er reden was om de boete te matigen. Betrokkene overhandigde een e-mail van Parkeerservice waaruit bleek dat een kentekenwijziging die betrokkene op 15 februari 2020 had ingediend, pas op 21 februari 2020 was verwerkt.

Deze vertraging vormde een omstandigheid die de kantonrechter aanleiding gaf om de boete te matigen tot nihil. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Omdat de zaak samenhing met andere zaken, werd het verzoek om proceskostenvergoeding niet meer behandeld.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en de betaalde zekerheidstelling wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 8856346 \ WM VERZ 20-982
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 2 juli 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, maar dat er aanleiding is om de boete, zoals ook ter zitting is voorgesteld door de zittingsvertegenwoordiger, te matigen.
Betrokkene heeft een e-mail overgelegd van Parkeerservice waarin is vermeld dat de door betrokkene op 15 februari 2020 ingediende kentekenwijziging pas op 21 februari 2020 door Parkeerservice is verwerkt. Dit is een omstandigheid die de kantonrechter aanleiding geeft om de boete te matigen tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
Nu de kantonrechter onderhavige zaak als samenhangend beschouwd met de drie andere ter zitting behandelde zaken, waaronder het dossier met kenmerk 8816543 WM VERZ 20-945, behoeft op het verzoek tot proceskostenvergoeding niet meer te worden beslist.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: