ECLI:NL:RBNHO:2021:10686

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 september 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
20/5983
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 9 lid 4 onder a Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek urgentieverklaring wegens niet voldoen aan tweejaarseis woonregio

Eiseres huurt sinds september 2019 een woning in haar huidige woonplaats en heeft op 24 december 2019 een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Volgens de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2019 moet een woningzoekende minimaal twee jaar inwoner zijn van een van de gemeenten in Zuid-Kennemerland om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres ten tijde van de aanvraag en de daaropvolgende besluiten nog geen twee jaar inwoner was van de regio. Een vermeende toezegging van een wethouder dat deze eis niet zou worden toegepast, wordt door de rechtbank niet aannemelijk geacht wegens gebrek aan bewijs.

Omdat eiseres niet aan de tweejaarseis voldoet, hoefde de gemeente haar aanvraag niet inhoudelijk te beoordelen. Ook de door eiseres aangevoerde persoonlijke omstandigheden, zoals de geschiktheid van haar huidige woning, zijn onvoldoende om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldoet aan de tweejaarseis woonregio.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/5983
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats 1] , eiseres

gemachtigde: mr. J.G. Roethof, advocaat te Arnhem,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort, verweerder
gemachtigden: mr. S. Eljarroudi, als ambtenaar in dienst van de gemeente Zandvoort, en mr. [naam] , onbezoldigd ambtenaar in dienst van Stichting Woonservice Kennemerland.

Procesverloop

In het besluit van 9 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring afgewezen.
In het besluit van 29 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2021 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2.1
Eiseres huurt sinds 5 september 2019 een eensgezinswoning in [woonplaats 1] . Sinds 18 december 2019 is die woning als haar woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen. Voordien woonde zij in [woonplaats 2] .
2.2
Op 24 december 2019 heeft eiseres de aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Op die aanvraag is de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2019 (de Huisvestingsverordening) van toepassing. In artikel 9, vierde lid, onder a, van de Huisvestingsverordening is onder meer bepaald dat een woningzoekende, om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring, minimaal twee jaar inwoner moet zijn van één van de gemeenten in Zuid-Kennemerland.
3. Vaststaat dat eiseres zowel ten tijde van de aanvraag, het primaire besluit als het bestreden besluit nog geen twee jaar inwoner was in de regio Zuid-Kennemerland. Dit betekent dat zij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Dat een wethouder eiseres in een gesprek zou hebben toegezegd dat het vereiste van twee jaar in de regio moeten wonen, eiseres niet zou worden tegengeworpen of in elk geval een urgentieverklaring aan haar zou worden verstrekt, acht de rechtbank niet aannemelijk. De wethouder betwist dat hij een dergelijke toezegging heeft gedaan en de rechtbank heeft geen schriftelijk stuk of een ander bewijs ontvangen waaruit die toezegging blijkt.
4. Nu de hiervoor genoemde eis op eiseres van toepassing is en zij daar niet aan voldoet, hoefde verweerder de aanvraag niet verder inhoudelijk te beoordelen. Verder ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder met toepassing van de hardheidsclausule zou moeten afwijken van die tweejaarseis. Verweerder heeft daarbij mee kunnen wegen dat eiseres thans wel over huisvesting beschikt. Dat die huisvesting volgens eiseres voor haar niet geschikt of passend zou zijn, omdat er een trap is in het huis en zij stelt moeilijk trap te kunnen lopen, en er andere gebreken aan het huis zouden kleven, is onvoldoende om het tegenwerpen van de tweejaarseis in haar situatie met de hardheidsclausule te moeten passeren.
5. Verweerder heeft de aanvraag om een urgentieverklaring op goede gronden afgewezen.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 september 2021 door mr. R.H.M. Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Excel, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. U moet het beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.