ECLI:NL:RBNHO:2021:10764

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 juni 2021
Publicatiedatum
24 november 2021
Zaaknummer
9237862
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens onjuiste verwerking ontheffingsaanvraag in binnenstad

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen in de binnenstad. Betrokkene stelde dat hij in februari 2020 telefonisch contact had opgenomen met Parkeerservice om een ontheffing te regelen, maar dat de aanvraag niet correct was verwerkt. Dit bleek toen betrokkene in april 2020 een e-mail ontving met een waarschuwing over het rijden zonder ontheffing.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting van 25 juni 2021 werd vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden, maar dat de omstandigheden aanleiding gaven de boete te matigen.

De kantonrechter matigde de boete tot nihil en bepaalde dat het reeds betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene werd terugbetaald. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: De boete is gematigd tot nihil en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9237862 \ WM VERZ 21-219
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 juni 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, maar dat er aanleiding is om de boete, zoals ook ter zitting is voorgesteld door de zittingsvertegenwoordiger, te matigen.
Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in februari 2020 telefonisch contact heeft opgenomen met Parkeerservice om de ontheffing te regelen. Echter, is de aanvraag voor de ontheffing niet correct verwerkt. Hier kwam betrokkene achter toen hij in april 2020 van Parkeerservice een e-mail kreeg met een waarschuwing dat hij in de binnenstad rijdt zonder ontheffing. Deze omstandigheden maken dat de boete dient te worden gematigd naar nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: