Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig buiten een als parkeerplaats aangeduide plek binnen een woonerf. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter met beroep tegen deze beslissing.
De kantonrechter oordeelde dat het voertuig van betrokkene inderdaad buiten een daarvoor bestemde parkeerplaats stond, wat in strijd is met artikel 46 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De kernvraag was of er sprake was van parkeren of van laden en lossen. Volgens artikel 1 RVV Pro 1990 is parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
De verbalisant verklaarde dat er gedurende tien minuten geen activiteiten van laden of lossen werden waargenomen. Daarom was er sprake van parkeren. Betrokkene voerde aan dat ook anderen zich zo gedroegen en dat een waarschuwing op zijn plaats zou zijn geweest, maar de kantonrechter stelde dat iedere weggebruiker die de regels overtreedt het risico loopt bekeurd te worden en dat de verbalisant discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet een boete op te leggen. Er waren geen omstandigheden die een waarschuwing rechtvaardigden.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de boete. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 augustus 2021 door kantonrechter B. Voogd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren buiten een parkeerplaats op een woonerf wordt ongegrond verklaard.