ECLI:NL:RBNHO:2021:10774

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 augustus 2021
Publicatiedatum
24 november 2021
Zaaknummer
9281513
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 46 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor parkeren buiten parkeerplaats op woonerf ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig buiten een als parkeerplaats aangeduide plek binnen een woonerf. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter met beroep tegen deze beslissing.

De kantonrechter oordeelde dat het voertuig van betrokkene inderdaad buiten een daarvoor bestemde parkeerplaats stond, wat in strijd is met artikel 46 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De kernvraag was of er sprake was van parkeren of van laden en lossen. Volgens artikel 1 RVV Pro 1990 is parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

De verbalisant verklaarde dat er gedurende tien minuten geen activiteiten van laden of lossen werden waargenomen. Daarom was er sprake van parkeren. Betrokkene voerde aan dat ook anderen zich zo gedroegen en dat een waarschuwing op zijn plaats zou zijn geweest, maar de kantonrechter stelde dat iedere weggebruiker die de regels overtreedt het risico loopt bekeurd te worden en dat de verbalisant discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet een boete op te leggen. Er waren geen omstandigheden die een waarschuwing rechtvaardigden.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de boete. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 augustus 2021 door kantonrechter B. Voogd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren buiten een parkeerplaats op een woonerf wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9281513 \ WM VERZ 21-253
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 augustus 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 augustus 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: binnen een erf parkeren anders dan op een daarvoor bestemde parkeerplaats.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Uit de stukken blijkt dat ter plaatse is van een woonerf. Op grond van artikel 46 van Pro het RVV 1990 mag binnen een erf slechts worden geparkeerd op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven. Niet in geding is dat het voertuig van de betrokkene buiten een als zodanig aangeduide of aangegeven parkeerplaats stond. De vraag is of sprake is van parkeren of van laden en lossen.
De definitie van parkeren is opgenomen in artikel 1 van Pro het RVV 1990:
‘het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen’.
Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig. Naar het oordeel van de kantonrechter was er sprake van parkeren nu de verbalisant heeft verklaard dat er 10 minuten geen activiteiten zijn waargenomen.
Betrokkene heeft aangegeven dat meerdere personen zich schuldig maakten aan dezelfde gedraging als die betrokkene wordt verweten. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt loopt het risico om bekeurd te worden. Het is daarom niet relevant of meerdere personen al dan niet zijn bekeurd voor dezelfde gedraging.
Betrokkene stelt dat de verbalisant had kunnen volstaan met een waarschuwing. Een daartoe bevoegde politieambtenaar heeft ter zake van het opleggen van een boete in de zin van een WAHV een zekere discretionaire bevoegdheid. De politieambtenaar kan afhankelijk van omstandigheden van het geval afzien van het opleggen van een boete. In dit geval is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de verbalisant had moeten afzien tot het opleggen van de boete. De boete is dus terecht opgelegd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: