ECLI:NL:RBNHO:2021:10825
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Kennelijk niet-ontvankelijk verklaring van wrakingsverzoek tegen kantonrechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de civiele zaak behandelde. Het verzoek was gebaseerd op vermeende partijdigheid en vooringenomenheid tijdens de zitting van 8 oktober 2021.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker al tijdens die zitting bekend was met de feiten die als grond voor wraking werden aangevoerd. Hoewel enige bedenktijd is toegestaan, was verzoeker ter zitting al bijgestaan door een advocaat en is hij daarna nog schikkingsonderhandelingen gestart. Het wrakingsverzoek werd pas op 26 oktober 2021 ingediend, wat te laat is volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wees een inhoudelijke behandeling af. De procedure wordt voortgezet zoals die was op de datum van indiening van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.