ECLI:NL:RBNHO:2021:10826

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 september 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
C/15/320073 HA RK 21/178
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingsverzoek tegen rechters en griffier in civiele procedure

Verzoeker heeft bij brief van zijn advocaat een wrakingsverzoek ingediend tegen drie personen betrokken bij civiele zaken, waaronder twee rechters en een griffier. De rechtbank oordeelt dat een wrakingsverzoek tegen een griffier niet mogelijk is en verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk.

Voor de wrakingsverzoeken tegen de rechters wordt vastgesteld dat deze te laat zijn ingediend, aangezien de feiten waarop het verzoek is gebaseerd al eerder bekend waren. Verzoeker krijgt de gelegenheid om binnen veertien dagen nader te onderbouwen waarom het verzoek niet eerder is ingediend.

De beslissing op de wrakingsverzoeken tegen de rechters wordt aangehouden totdat deze nadere onderbouwing is ontvangen. De griffier wordt opgedragen een afschrift van de beslissing te verstrekken aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wraking griffier niet-ontvankelijk verklaard; wraking rechters aangehouden voor nadere onderbouwing.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/320073 HA RK 21/178
Beslissing van 14 september 2021
op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. E. Fransen in Den Haag,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. A.C. Haverkate (zaak C/15/292615)
mr. J.H. Gisolf en
mr. C. Hankel (beiden zaak C/15/308918).

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft bij brief van zijn advocaat van 9 augustus 2021 aan de president van deze rechtbank verzocht om de bij de civiele sectie aanhangige zaken met zaaknummers C/15/308918 en C/15/292615) te verwijzen naar een andere rechtbank. Indien de president dat verzoek niet zou honoreren, diende het verzoek als wrakingsverzoek tegen de hiervoor genoemde personen te worden opgevat.
1.2.
Bij brief van 7 september 2021 heeft de president het verzoek afgewezen, onder de mededeling dat niet de president van de rechtbank, maar de zaaksrechter over een verzoek tot verwijzing oordeelt.
1.3.
De wrakingskamer vat het verzoek daarom nu op als een onvoorwaardelijk wrakingsverzoek. Dat is overigens ook het standpunt van de advocaat van verzoeker, zoals hij in zijn faxbericht van 7 september 2021 aan de rechtbank heeft meegedeeld.
De wrakingskamer gaat uit van een kennelijke verschrijving in het wrakingsverzoek en leest zaaksrechter mr. A.C.
Havecateals mr. A.C.
Haverkate. Hiermee is in de aanhef van deze beslissing al rekening gehouden.

2.De beoordeling

2.1.
Het verzoek tegen
mr. C. Hankelis kennelijk niet-ontvankelijk. Mr. Hankel was griffier op de zitting van 31 mei 2021, zoals verzoeker ook zelf aangeeft. De wet biedt echter geen mogelijkheid om een griffier te wraken.
2.2.
Voor het verzoek tegen
mr. A.C. Haverkategeldt het volgende.
Ingevolge artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die grond geven voor de wraking aan de verzoeker bekend zijn geworden.
In het wrakingsverzoek heeft de advocaat van verzoeker onderbouwd waarom hij het niet eens is met een beslissing, die de rechter in zijn tussenvonnis van 3 juni 2020 heeft genomen.
Voordat de wrakingskamer verder zal beslissen, zal verzoeker nog in de gelegenheid worden gesteld om te onderbouwen, waarom hij niet eerder zijn verzoek heeft ingediend. De beslissing op het wrakingsverzoek tegen deze rechter zal daarom worden aangehouden.
2.3.
Over het verzoek tegen
mr. J.H. Gisolfoverweegt de wrakingskamer het volgende.
Uit de inhoud van het verzoek volgt dat het is gedaan naar aanleiding van de zitting van
31 mei 2021. Pas op 9 augustus 2021 (twee dagen voordat het vonnis in die zaak zou worden gewezen) heeft verzoeker het wrakingsverzoek ingediend. Onder verwijzing naar wat hiervoor onder 2.2 is overwogen, zal verzoeker ook voor dit verzoek in de gelegenheid worden gesteld om – nader – te onderbouwen, waarom hij zijn verzoek niet eerder heeft ingediend.
2.4.
De beslissing op de wrakingsverzoeken tegen de rechters zal daarom worden aangehouden.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart het verzoek tot wraking van
mr. C. Hankelkennelijk niet-ontvankelijk,
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechters, de wederpartijen in de hoofdzaken en mr. Hankel een afschrift van deze beslissing toe te zenden,
3.3.
houdt de beslissing in de wrakingsverzoeken tegen de rechters in de hoofdzaken met
zaaknummers C/15/308918 en C/15/292615aan om verzoeker in de gelegenheid te stellen om binnen veertien dagen na heden nader te onderbouwen waarom hij zijn verzoek niet eerder heeft ingediend.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker en mr. M.A.J. Berkers, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van
mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021.
De griffier is buiten staat deze beslissing
mede te ondertekenen
voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.