ECLI:NL:RBNHO:2021:10829

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 oktober 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
C /15/320361 / HA RK 21/182
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kennelijk niet-ontvankelijk verklaring wrakingsverzoek tegen rechter in bewindvoeringzaak

Verzoeker heeft in een lopende bewindvoeringzaak bij de rechtbank Noord-Holland meerdere verzoeken ingediend om de bewindvoering te beëindigen. Zowel de kantonrechter als het Gerechtshof Amsterdam hebben dit verzoek afgewezen. Na een beslissing van de kantonrechter om een nieuw verzoek niet in behandeling te nemen, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die deze beslissing nam.

De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het verzoek pas na de einduitspraak is ingediend, wat in strijd is met het Wrakingsprotocol van de rechtbank. Daarnaast heeft verzoeker geen concrete gronden voor wraking aangevoerd, waardoor er geen aanleiding is om aan de onpartijdigheid van de rechter te twijfelen.

De wrakingskamer besluit daarom het wrakingsverzoek af te wijzen en beveelt dat de zaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer, locatie Alkmaar
zaaknummer: C /15/320361 / HA RK 21/182
datum uitspraak : 5 oktober 2021
BESLISSINGop het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), ingediend door:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker.

1.PROCESVERLOOP

1.1.
Bij deze rechtbank is onder zaaknummer 9313231 / BZ VERZ 21-5081 een zaak aanhangig, die betrekking heeft op het bewind van [naam].
1.2.
Verzoeker heeft aan de kantonrechter verzocht om de bewindvoering door zijn bewindvoerder te beëindigen. Dat verzoek is bij beschikking van 3 september 2020 door de kantonrechter afgewezen.
1..3. Tegen die beslissing heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof Amsterdam heeft ook in hoger beroep beslist dat het bewind niet kan worden opgeheven.
1.4.
Bij faxbericht van 27 augustus 2021 heeft verzoeker hetzelfde verzoek opnieuw bij de kantonrechter van deze rechtbank gedaan. Door de kantonrechter is beslist dat dit verzoek niet in behandeling zal worden genomen. Bij brief van 14 september 2021 is deze beslissing aan verzoeker meegedeeld.
1.5.
Bij faxbericht van 16 september 2021 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen “de betreffende rechter in mijn zaak”. Hierdoor wenst verzoeker volgens zijn verzoek te realiseren dat de procedure alsnog zal aanvangen.
1.6.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

2.1.
Volgens artikel 5 lid 2 onder Pro d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan.
De rechter heeft in deze zaak een eindbeslissing genomen op het verzoek - te weten dat dit verzoek niet in behandeling zal worden genomen - en die beslissing is ook aan verzoeker meegedeeld. Pas daarna heeft verzoeker de rechter gewraakt.
De wrakingskamer zal het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.
2.2.
Overigens merkt de wrakingskamer op dat verzoeker ook geen grond voor zijn wraking heeft opgegeven. Hij heeft niet duidelijk gemaakt waarom aan de onpartijdigheid van de rechter zou moeten worden getwijfeld.

3.BESLISSING

De rechtbank:
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
3.3.
bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op 16 september 2021 en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de teamvoorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Bewind.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, en mr. J.H.A.C. Everaerts en mr. M.A.J. Berkers, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Bruijn, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2021.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.