Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,feitelijk verblijvende te [xx] ,
1.De procedure
2.De beoordeling
).
Rechtbank Noord-Holland
De vrouw verzocht de rechtbank om voor recht te verklaren dat partijen overeenstemming hadden bereikt over het ouderschapsplan en het echtscheidingsconvenant, en dat deze documenten deel uitmaken van de te wijzen beschikking. De man betwistte dit en stelde dat hij onder druk was gezet en onvoldoende geïnformeerd was, waardoor hij niet akkoord kon gaan.
Uit de stukken bleek dat partijen vanaf januari 2020 overleg hadden gevoerd over de inhoud van het ouderschapsplan en convenant, waarbij de vrouw vanaf maart 2020 werd bijgestaan door een advocaat. Correspondentie tussen partijen en de advocaat van de vrouw toonde aan dat de man op meerdere punten expliciet akkoord was gegaan en zelfs een aanbod had gedaan met verzoek tot aanpassingen, die vervolgens door de vrouw werden geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat hierdoor een overeenkomst tot stand was gekomen, ondanks het ontbreken van ondertekening.
De man voerde een beroep op wilsgebreken zoals bedreiging en dwaling, maar deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd en werden verworpen. De rechtbank stelde vast dat de gemaakte afspraken niet in strijd waren met de openbare orde of de belangen van de kinderen. De echtscheiding werd uitgesproken en de overeenkomst over de gevolgen van de echtscheiding werd bevestigd. Verzoeken van de man die in strijd waren met deze overeenkomst werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over het ouderschapsplan en convenant en spreekt de echtscheiding uit.