Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:10854

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 augustus 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
9310611
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor vasthouden mobiele telefoon tijdens het rijden ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden, een overtreding van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 27 augustus 2021 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van twee verbalisanten die verklaarden dat zij betrokkene met zijn linkerhand een witte/grijze mobiele telefoon zagen vasthouden tijdens het rijden. Betrokkene ontkende dit en stelde dat hij een flesje vasthield.

De kantonrechter vond de ontkenning onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. Er waren geen feiten of omstandigheden die aanleiding gaven om de verklaring te betwijfelen. Daarom werd vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden en dat de boete terecht was opgelegd. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9310611 \ WM VERZ 21-285
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 27 augustus 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 augustus 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens: Wij verbalisanten zagen dat de bestuurder zijn mobiele telefoon vasthield tijdens het rijden. Wij zagen dat hij de telefoon in zijn linkerhand vasthield. Wij zagen dat het een wit/grijze telefoon betrof. Bij staandehouding zagen wij dezelfde telefoon naast de bestuurder liggen als wij gezien hadden. (…)”
Betrokkene is staande gehouden en heeft verklaard:
“Ik heb niet op mijn telefoon gezeten.”
In hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring in het zaakoverzicht. Daaruit volgt dat 2 verbalisanten hebben waargenomen dat de betrokkene met zijn linkerhand tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield. Daartegenover stelt betrokkene slechts dat de betrokkene geen mobiele telefoon in zijn hand vasthield, maar een flesje. Die ontkenning is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. Nu uit het dossier evenmin blijkt van feiten en omstandigheden die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: