Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding toegekend door de officier van justitie, die een bedrag van €590,65 toekende op basis van samenhangende zaken.
De kantonrechter oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de zaken gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig waren behandeld en dat de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek waren, waardoor de samenhang niet terecht was aangenomen. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd.
Vervolgens stelde de kantonrechter de proceskostenvergoeding vast op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor het administratief beroep twee punten werden toegekend met een waarde van €534 per punt en een wegingsfactor van 0,5, en voor het beroep bij de kantonrechter één punt met een waarde van €748 en een wegingsfactor van 0,25. De totale vergoeding werd vastgesteld op €721.
De officier van justitie werd veroordeeld tot het betalen van deze kosten aan de gemachtigde van betrokkene, uit te keren door het Centraal Justitieel Incassobureau. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De officier van justitie wordt veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €721 aan de gemachtigde van betrokkene.