ECLI:NL:RBNHO:2021:10868

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
9398190
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting administratieve boete en zekerheidstelling WAHV afgewezen wegens ontbreken onderbouwing draagkrachtverweer

Betrokkene is een administratieve boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Hiertegen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond dan wel niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 29 oktober 2021 heeft betrokkene niet persoonlijk toegelicht waarom hij niet in staat zou zijn de in artikel 11 WAHV Pro voorgeschreven zekerheid te betalen. Ook heeft hij geen inkomensgegevens verstrekt ter onderbouwing van zijn draagkrachtverweer. De kantonrechter oordeelt daarom dat er geen reden is om de zekerheidstelling te verlagen.

De kantonrechter stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om de zekerheid van € 159,00 binnen vier weken na verzending van de uitspraak te betalen. Bij uitblijven van betaling zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, waardoor het niet inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Uitkomst: Betrokkene moet binnen vier weken de zekerheid van €159 betalen, anders wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9398190 \ WM VERZ 21-417
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 29 oktober 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Overwegingen

Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11 WAHV Pro voorgeschreven zekerheid te betalen. Betrokkene is de gelegenheid gegeven om op de zitting van 29 oktober 2021 nader te motiveren en te onderbouwen dat hij niet in staat is die zekerheid te betalen. Betrokkene is niet op die zitting verschenen.
Nu betrokkene geen inkomensgegevens heeft verstrekt en niet op de zitting is verschenen om een toelichting te geven, is de kantonrechter van oordeel dat er geen grond is om de zekerheidstelling te verlagen.
De kantonrechter stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om de zekerheid te betalen. Het bedrag ad € 159,00 dient binnen vier weken na verzending van deze uitspraak te zijn bijgeschreven op rekening NL56INGB0705005100 ten name van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden onder vermelding van het hierboven vermelde CJIB-nummer.
Als betrokkene niet voldoet aan de verplichting tot tijdige zekerheidstelling, zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat wil zeggen dat de kantonrechter het beroep dan niet inhoudelijk kan beoordelen omdat de zekerheid niet is betaald.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om het bedrag aan zekerheidstelling te betalen;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 159,00 binnen vier weken na verzending van deze beslissing moet zijn betaald.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Datum toezending: