ECLI:NL:RBNHO:2021:10879

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
9420316
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke uitspraak over vasthouden mobiel apparaat tijdens het rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met de linkerhand vasthield. De ambtenaar heeft dit geconstateerd zonder de bestuurder staande te houden, vanwege beperkingen door het coronavirus en het ontbreken van een stoptransparant in het burgervoertuig.

Betrokkene stelde zich hiertegen op het standpunt dat de boete onterecht was, maar de kantonrechter achtte de verklaring van de ambtenaar betrouwbaar en zag geen reden om aan de juistheid te twijfelen. Ook was er geen bewijs dat de ambtenaar onrechtmatig had gehandeld door af te zien van staandehouding.

De kantonrechter verwierp het verweer van betrokkene en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de rechter het verzoek tot vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 29 oktober 2021 door kantonrechter B. Voogd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9420316 \ WM VERZ 21-456
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 29 oktober 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 oktober 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek tot vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“(…) Gedragingsgegevens: Ik zag de bestuurder rijden met een telefoon in de hand. Bij het langzaam passeren zag ik duidelijk dat zij een telefoon in de linkerhand vasthield en deze tegen de linkerzijde van het hoofd vasthield. Later zag ik dat zij deze weg deed. (…)
Opmerkingen ambtenaar 1: Reden geen staandehouding: in verband met het Coronavirus op kenteken. Tevens in uniform gekleed in burgervoertuig zonder stoptransparant.
Uit de verklaring van de ambtenaar zoals deze is opgenomen in het zaakoverzicht volgt dat is waargenomen dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met de linkerhand vasthield. Hetgeen namens de betrokkene tegenover deze verklaring is gesteld, geeft de kantonrechter geen reden om aan de juistheid van de van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
In het zaakoverzicht staat vermeld dat de ambtenaar niet de mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden, omdat hij op dat moment in een burgervoertuig reed zonder “stoptransparant”. Dit houdt doorgaans in dat middelen tot staandehouding, zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen, niet voorhanden zijn. Dat dit in dit geval anders is en er geen deugdelijke reden was om af te zien van staandehouding van de bestuurder is niet gebleken. Aldus mocht de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het verweer van de gemachtigde wordt dan ook verworpen.
De kantonrechter ziet in hetgeen gemachtigde namens betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: