Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
In deze bestuursrechtelijke verkeerszaak is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd waarop beroep is ingesteld. De officier van justitie verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding van €133,50 toe, gebaseerd op samenhangende zaken. Betrokkene betwistte de hoogte en samenhang van de proceskostenvergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat de officier van justitie onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van samenhangende zaken. Volgens artikel 3 lid 2 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten zaken gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig behandeld zijn en moeten de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener nagenoeg identiek zijn. Dit was niet het geval.
Daarom vernietigt de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie en stelt een nieuwe proceskostenvergoeding vast. Voor de fase van het administratief beroep wordt één proceshandeling toegekend met een waarde van €534,00, vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak, wat resulteert in een vergoeding van €267,00.
De kantonrechter veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van dit bedrag en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet betalen. De betaling zal via het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden aan de gemachtigde van betrokkene worden gedaan.
Tenslotte wordt vermeld dat hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van deze uitspraak.
Uitkomst: De kantonrechter vernietigt de eerdere proceskostenvergoeding en stelt een nieuwe vergoeding van €267,00 vast.