ECLI:NL:RBNHO:2021:10882

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
9442799
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 3 lid 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en herziening proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke verkeerszaak

In deze bestuursrechtelijke verkeerszaak is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd waarop beroep is ingesteld. De officier van justitie verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding van €133,50 toe, gebaseerd op samenhangende zaken. Betrokkene betwistte de hoogte en samenhang van de proceskostenvergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat de officier van justitie onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van samenhangende zaken. Volgens artikel 3 lid 2 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten zaken gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig behandeld zijn en moeten de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener nagenoeg identiek zijn. Dit was niet het geval.

Daarom vernietigt de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie en stelt een nieuwe proceskostenvergoeding vast. Voor de fase van het administratief beroep wordt één proceshandeling toegekend met een waarde van €534,00, vermenigvuldigd met een wegingsfactor 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak, wat resulteert in een vergoeding van €267,00.

De kantonrechter veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van dit bedrag en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet betalen. De betaling zal via het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden aan de gemachtigde van betrokkene worden gedaan.

Tenslotte wordt vermeld dat hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van deze uitspraak.

Uitkomst: De kantonrechter vernietigt de eerdere proceskostenvergoeding en stelt een nieuwe vergoeding van €267,00 vast.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9442799 \ WM VERZ 21-473
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 5 november 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een vergoeding toegekend. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 oktober 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

Het geschil bij de kantonrechter beperkt zich tot de beslissing van de officier van justitie met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie in zijn beslissing de proceskosten onjuist heeft vastgesteld. De officier van justitie heeft een bedrag van € 133,50 toegekend. Voorts voert de gemachtigde aan dat de officier van justitie ten onrechte heeft beslist dat er sprake is van een samenhangende zaak, danwel de proceskosten nog niet zijn overgemaakt, danwel te laag is vastgesteld.
De kantonrechter is van oordeel dat de beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd, omdat daarin geen (toereikende) motivering wordt gegeven waarom in het kader van de vergoeding van proceskosten sprake is van samenhangende zaken.
Daarnaast is de kantonrechter is van oordeel dat de officier van justitie ten onrechte een vergoeding van proceskosten heeft toegekend op basis van een vergoeding voor samenhangende zaken. Daarover wordt het volgende overwogen.
In artikel 3 lid 2 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) staat dat sprake is van samenhangende zaken als door een belanghebbende ingestelde beroepen door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en de werkzaamheden van die persoon in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Doorslaggevend voor de beoordeling of zaken als samenhangend kunnen worden gezien is in hoeverre de door de gemachtigde uitgevoerde werkzaamheden identiek of nagenoeg identiek zijn. Er kan niet worden vastgesteld dat alle zaken gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld en dat de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. De kantonrechter is van oordeel dat de officier van justitie onderhavige zaak ten onrechte als samenhangend heeft beschouwd, in zoverre is het beroep gegrond. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie, waarbij een kostenvergoeding ad
€ 133,50 is toegewezen, vernietigen.
De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. Per proceshandeling wordt 1 punt toegekend. Het Besluit proceskosten bestuursrecht is per 1 juli 2021 gewijzigd in die zin dat de waarde van een procespunt voor de fase in beroep bij de kantonrechter is verhoogd naar € 748,00. De waardering per punt voor het administratief beroep is niet gewijzigd en blijft dus € 534,00.
De gemachtigde van de betrokkene heeft in de fase van het administratief beroep de volgende proceshandeling verricht: het indienen van een beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 267,00 (=1 x € 534,00 x 0,5).
Nu de kantonrechter onderhavige zaak als samenhangend beschouwd met een andere ter zitting behandelde zaak, het dossier met kenmerk 9420369 WM VERZ 21-461, behoeft op het verzoek tot proceskostenvergoeding voor de fase bij de kantonrechter niet meer te worden beslist.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten tot een bedrag van € 267,00 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 267,00 aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: