Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- met eenniet toegestane en/of te hoge snelheid het voor hem bestemde (reeds geruime tijd) rood licht uitstralende verkeerslicht te negeren en/of
- (met grote impact) tegen eenvoor hem kruisende/overstekende personauto (Skoda Octavia, kenteken [kenteken 2]) te botsen en/of aan te rijden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel (contusie heup) werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;
- met een niet toegestane en/of te hoge snelheid het voor hem bestemde (reeds
geruime tijd) rood licht uitstralende verkeerslicht heeft genegeerd en/of
- (met grote impact) tegen een voor hem kruisende/overstekende personauto
(Skoda Octavia, kenteken [kenteken 2]) is opgebotst en/of aangereden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- (met grote impact) tegen eenvoor hem kruisende/ personenauto (Skoda Octavia, kenteken [kenteken 2]) aan te rijden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zodanig lichamelijk letsel (contusie heup) werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
3(
drie) maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (tweehonderdveertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.
(drie) jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
1 (één) jaar,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.