Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Inleiding
2.Het verloop van het geding
3.De feiten
4.De vraag van [minderjarige]
5.De standpunten van de ouders
6.De beoordeling
7.Beslissing
[minderjarige], [geboortedatum] te [plaats] ,
Rechtbank Noord-Holland
Deze zaak betreft een verzoek van een 11-jarige minderjarige die via een brief aan de rechtbank haar wens kenbaar maakte om de bestaande zorgregeling met haar vader te wijzigen. De minderjarige ervaart de huidige regeling, met name de langdurige zomervakantieverblijven bij haar vader, als belastend en emotioneel moeilijk, wat zich uit in lichamelijke en emotionele klachten.
De rechtbank heeft een gesprek gevoerd met de minderjarige en vervolgens een informeel gesprek met de ouders. Beide ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar verschillen van mening over de gevraagde wijziging. De vader is terughoudend vanwege de beperkte contacttijd en eerdere langdurige procedures, terwijl de moeder de zorgen van de minderjarige onderschrijft en aanvullende hulpverlening heeft ingeschakeld.
De rechtbank stelt vast dat de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen en dat er sprake is van een belangenstrijd zoals bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Daarom wordt een bijzondere curator benoemd die de minderjarige in en buiten rechte zal vertegenwoordigen en een advies zal uitbrengen over de zorgregeling.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om binnen zes weken verslag uit te brengen over haar bevindingen en een standpunt in te nemen over het verzoek tot wijziging van de zorgregeling. De zaak wordt pro-forma aangehouden in afwachting van dit verslag.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige om haar belangen te behartigen in de zorgregeling.