Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet verlenen van voorrang op een voorrangsweg. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een staandehouding. De verbalisant had geen staandehouding verricht vanwege Covid-19 voorzorgsmaatregelen volgens een interne werkinstructie. De kantonrechter oordeelde echter dat een staandehouding in de buitenlucht met passende voorzorgsmaatregelen wel mogelijk is volgens RIVM-adviezen, tenzij in een concreet geval anders blijkt. In deze zaak was dat niet het geval.
De officier van justitie stelde dat in het begin van de coronaperiode onzekerheid bestond en daarom geen staandehouding werd verricht. De kantonrechter vond dit onvoldoende om te concluderen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom was de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en bepaalde dat het betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. Tevens werden de proceskosten van €801,00 toegewezen aan betrokkene, te betalen door de Staat der Nederlanden via het CJIB.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete en beslissing worden vernietigd en proceskosten worden toegewezen.