ECLI:NL:RBNHO:2021:11049

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juni 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
9110271
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor stilstand met motorvoertuig op trottoir

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het stilstaan met een motorvoertuig op het trottoir, wat een overtreding is van artikel 10 van Pro het oude Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete en stelde dat ook anderen zich schuldig maakten aan dezelfde gedraging.

De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant en de bijgevoegde foto’s waarop duidelijk trottoirtegels zichtbaar zijn, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het verbod om met een motorvoertuig op het trottoir stil te staan geldt algemeen en behoeft geen aanvullende borden.

De kantonrechter wees het verweer van betrokkene af dat anderen ook de overtreding begingen, omdat elke weggebruiker die de regels overtreedt het risico loopt bekeurd te worden. Er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens stilstand op het trottoir wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9110271 \ WM VERZ 21-113
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 11 juni 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 juni 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Bij de stukken bevinden zich foto’s van de gedraging. Op deze foto’s zijn duidelijk trottoirtegels te zien. De gedraging ter zake waarvan de boete is opgelegd is een overtreding van art. 10 (oud) RVV 1990. Het verbod om met een motorvoertuig op een trottoir stil te staan berust op die algemeen geldende regel en behoeft niet door borden te worden aangegeven. De kantonrechter is gelet op de foto’s van oordeel dat voldoende vaststaat dat de auto van betrokkene stond op een plaats die niet voor auto’s bestemd is. De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene heeft daarnaast aangegeven dat meerdere personen zich schuldig maakten aan dezelfde gedraging als die betrokkene wordt verweten. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt loopt het risico om bekeurd te worden. Het is daarom niet relevant of meerdere personen al dan niet zijn bekeurd voor dezelfde gedraging.
De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: